|
|
Besparingsbedrag versus Eigen bijdrage.
Waar het in de Wet Maatschappelijke
Ondersteuning (WMO) in hoofdzaak om draait
is gelijkheid. Gelijke rechten voor
iedereen. Dus een handicap mag geen
belemmering zijn om aan het maatschappelijk
leven mee te doen. Helaas zijn hiervoor
voorzieningen nodig. Zo kan iemand die
verlamd is niet lopen, maar is gebonden aan
een rolstoel. Ook fietsen is niet mogelijk.
Daarvoor is de mindervalide aangewezen op
een scootmobiel. Mag je dan bij het
verstrekken van zo’n voorziening de
aanschafprijs van een fiets als
besparingsbedrag in rekening brengen? Een
ander voorbeeld is een aangepast autozitje
voor een gehandicapt kind. Mag hiervoor de
prijs van een doorsnee autostoeltje van de
ouders worden verlangd? Destijds is unaniem
door de raad besloten van wel. In het kader
van het gelijkheidsbeginsel zijn dit kosten
die een mindervalide anders zou besparen.
Wij zijn geen voorstander van (positieve)
discrimatie. Het gaat ons dus niet om een
veiligheid in te bouwen opdat een
mindervalide zuiniger met z’n spullen omgaat
zoals één van de partijen (VVD) volkomen
onterecht opmerkte. Een gehandicapte is
afhankelijk van deze voorzieningen. Het zal
dus niet in hem/haar opkomen om hier slordig
mee om te gaan.
Let op: een rolstoel is dus ter vervanging
van het lopen. Een actie die een valide
niets kost. Hiervoor zal dus geen enkele
bijdrage voor hoeven betaald.
Nu blijkt de wet soms wat raar in elkaar te
zitten. Zo mag je dit bedrag niet in
rekening brengen onder de noemer
“besparingsbedrag”, maar wel als je het een
“eigen bijdrage” noemt. Deze eigen bijdrage
is inkomens afhankelijk. Het mag/moet
natuurlijk niet zo zijn dat iemand, door
alle extra kosten die zijn/haar handicap met
zich meebrengt, in financiële moeilijkheden
komt. In de vergadering van de raad van 1
juli is vastgesteld dat deze “eigen
bijdrage” niet hoger mag liggen dan de
eerder genoemde “besparingsbijdrage”.
Geplaatst op: 09/07/2009