|
Terug naar de
Actuele Zaken..
|
|
|
Leerdam 2000 wil markt terug in de
binnenstad

|
Motie
De raad van de gemeente Leerdam in
vergadering bijeen,
Overwegende dat:
- De bezoekers
van de weekmarkt en de marktkooplui
regelmatig hebben aangegeven niet tevreden
te zijn met de huidige plaats van de
weekmarkt
- Vooral bij
mindere weersomstandigheden het op de markt
verre van aangenaam vertoeven is
- 95 % van de
marktbezoekers heeft aangeven de markt
liever terug te zien in de Kerkstraat (
onderzoek 2005 en recente steekproef van de
marktkooplui zelf)
- Het bestuur
van de Leerdamse Ondernemers Vereniging ook
voorstander is van het terugplaatsen van de
markt naar de binnenstad.
- De winkeliers
uit de binnenstad in ruime meerderheid
hebben aangegeven de markt graag terug te
willen hebben in de binnenstad ( onderzoek
SGP)
- Gezien het
aantal meters wat nodig is om de markt te
plaatsen, is het mogelijk dit aan één zijde
van de straten te doen ( zie tekening in de
leeszaal voor raadsleden)
- De brandweer
in het rapport “Leerdams markt onderzoek“
uit juni 2001 al aangaf dat bij gewijzigde
opstelling de markt op zijn huidige plaats (Kerkstraat)
zou kunnen blijven.
- De fractie van
Leerdam 2000 de suggesties van de brandweer
heeft verwerkt in de mogelijke nieuwe
opstelling van de markt
- De brandweer
in een later stadia, als plannen verder
worden uitgewerkt, haar oordeel over de
veiligheid zal geven
- Ook de
marktkooplui akkoord zijn met deze
opstelling.
- Bereid zijn
een proefopstelling te maken samen met L.O.V.
, gemeente en brandweer om zo de werkelijke
effecten te zien.
- De kosten van
de vorige marktverplaatsing inmiddels zijn
afgeschreven (raadsvoorstel V.2003-025)
- Uit onderzoek
blijkt dat de wisselwerking tussen de markt
en de nabij gelegen winkels groot is. Niet
alleen de markt heeft baat bij een goed
functionerend winkelapparaat, het
winkelapparaat heeft duidelijk ook belang
heeft bij een goed functionerende markt. De
locatie van de markt is van invloed op de
mate van combinatiebezoek.
- De
kruisbestuiving tussen de markt, winkels en
horeca is een belangrijk ingrediënt voor een
gevarieerde en uitnodigende binnenstad.
- De markt als
ontmoetingsplaats zal in de toekomst nog
meer van onderscheidende waarde worden, zo
is de mening van de marktondernemers.
- Sociaal en
intercultureel is iets waar de markt een
prima plek voor is. Initiatieven op dit
gebied bieden mogelijk nieuwe kansen.
- Dit geheel
aansluit op de visie die de raad heeft
neergelegd in de nota economie.
Verzoek het college:
- De aanzet van Leerdam 2000 verder uit te
werken, in gezamenlijk overleg met de
Marktkooplui, L.O.V. en de Brandweer. Dit
met de doelstelling de markt terug te
plaatsen in de Binnenstad.
- De plannen
voor de mogelijke terugkeer van de markt
naar de binnenstad en mogelijke kosten zo
spoedig mogelijk voor te leggen aan de raad
zodat deze een definitieve beslissing kan
nemen.
En gaat over tot
de orde van de dag:
Geplaatst op:
23/06/09
|
|
Algemeen
Totaal aantal standhouders 36
Waarvan 26 personen samen 56 kramen bezet a
4 meter = 224 meter
En 10 hebben een winkelwagen van gemiddeld a
9 meter = 90 meter
Totaal 314 meter
Beschikbaar
Kerkstraat 260 meter
Markt 40
Hoge hoek 20
Vlietskant 40
Totaal 360 meter opgesteld aan 1 zijde van
de straat , de straat heeft een breedte van
18 meter van muur tot muur, een kraam is 2.5
meter breed .
Probleem brandweer :
Hoe gaan we om met het laden en lossen, waar
blijven de auto,s tijdens laden en lossen
als er brand uitbreek .
Vraag om hoeveel auto’s gaat het ?
Over hoeveel straten zijn deze auto,s
verdeeld ?
Wat is de ruimte die er werkelijk is als er
een auto voor de kraam staat ?
Geplaatst op: 23/06/09
 |
|
|
|
 |
|
|
|
Enkele historische feiten ,
Op 18
augustus 2000 heeft een kort geding gediend
voor de rechtbank in Dordrecht met als inzet
het tijdelijk verplaatsen van de weekmarkt
naar het Dr. Reilingplein ,dit in verbant
met het uitvoeren van rioolwerkzaamheden in
de kerkstraat.
Opgevoerd werd door de marktkooplieden dat
zij vreesde dat dit besluit een
voorbereiding was op het definitief
verplaatsen van de weekmarkt naar het dr
Reilingplein.De rechter stelde echter dat
dit niet meer als een bijkomstige rol heeft
gespeeld bij de besluitvorming (zij lijken
achteraf gelijk te hebben)
6 december 2000 is er een schriftelijk
onderzoek gedaan onder de marktkooplieden
naar welke locatie de voorkeur uitging de
uitslag was als volgt,de meerderheid bleek
voor de huidige locatie(kerkstraat )
In de nieuwsbrief van de Gemeente Leerdam
van september 2001 word al gesproken van het
aanbrengen van 5 ondergrondse meterkasten
(in het voorstel van nu word gezegd dat er
toen gerekend is bovengrondse kasten)
15 oktober 2001 brief aan Gemeenteraad van
het CHAV (centrale vereniging van de
ambulante handel) waarin zij om diverse
reden de locatie DR Reilingplein afwijst
In het in juni 2001 uitgebrachte rapport
“Leerdams mart onderzoek” heeft de brandweer
de aspecten betreffende een (brand)veilige
markt op een uitvoerige en deskundige wijze
onder de loep genomen.Uit dit rapport bleek
dat de brandweer een lichte voorkeur had
voor het Dr. Reilingplein als toekomstige
marktlocatie,doch ze keurde zij een
gewijzigde opstelling op de huidige locatie
niet af.Door de marktopstelling op de
huidige marktlocatie te wijzigen zou als nog
aan de eisen van brandveiligheid worden
voldaan. Aldus dit rapport,
In dit rapport staan ook enkele tekeningen
voor een alternatieve opstelling in het
centrum van de stad met daarbij duidelijk
aangegeven hoe het op een andere manier ook
veilig kan. Verder geeft dit rapport nog aan
dat er gebruikt gemaakt zou kunnen worden
van putkasten daar waar de bovengrondse
kasten niet tegen de muur geplaatst kunnen
worden (dit is ook weer in tegen spraak met
de nieuwsbrief van de gemeente die later
uitkomt)dit zou ook kostenbesparend zijn.
Ook de meerderheid van de marktkooplieden
hebben laten weten te zijn voor een mart op
de huidige locatie.
Op 21 november 2001 spreekt de commissie
ruimte zich uit tegen marktverplaatsing dit
ondanks zware druk van het college.
Brief maartkooplieden van 21 januari 2002
aan het college met het verzoek de
verplaatsing af te wijzen.
Op 31 januari 2002 besluit gemeente raad om
de markt te verplaatsen.
Pas op 05-06-2002 besluit B&W tot onderzoek
meerkosten marktverplaatsing.
Marktcommissie word pas in augustus 2002 bij
elkaar geroepen .
Nog enkele recente gegevens:
De markt in 2000 bestaat uit 95 kramen a 4
m/kr = 380 meter
X aantal wagens 39 meter
Totaal 419 meter
De markt in 2003 bestaat uit 67 kramen a 4
m/kr = 268 meter
X aantal wagens 67 meter
Totaal 333 meter
31 januari 2002 Vaststellen definitieve
lokatie weekmarkt Leerdam (adviezen uit de
commissie Ruimte en uit het Seniorenconvent)
Amendement Leerdam 2000, CDA en SGP:
Kerkstraat eenzijdig, Kerkplein, waar
mogelijk Fonteinstraat, aanvullend Markthof;
verworpen – voor: 5 leden L2000, 2 leden
SGP, 1 lid CDA.
Voorstel ongewijzigd aangenomen; tegen: SGP,
Leerdam 2000, 1 lid CDA.
maart 2002 Invoering dualisering:
verplaatsing van de markt vraagt om een
collegebesluit en niet meer om een
raadsbesluit.
10 april 2003 Krediet marktverplaatsing
Motie L2000: verplaatsing terugdraaien,
markt in centrum aanpassen college: motie
kan niet uitgevoerd worden aangezien het
college het raadsbesluit zal uitvoeren;
voor: L2000 (5), SGP (3) en ChristenUnie
(2): aanvaard.
Motie SGP: verplaatsing van de markt niet
door laten gaan en realiseren van een
veilige oplossing binnen de mogelijkheden
van de huidige marktopstelling; ingetrokken.
Voorstel: verworpen (tegen: L2000, SGP en
ChristenUnie).
14 april 2005 Spreekrecht burger: dhr. Kant
biedt enquête aan: 490 van de 500 mensen
willen graag de markt terug in de Kerkstraat.
Herinrichting As
Motie L2000: verzoekt het college stappen te
ondernemen zodat de markt (…) teruggeplaatst
kan worden naar de binnenstad; ingetrokken
omdat er bij de andere partijen geen
draagvlak voor is.
6 juli 2006 Motie SGP: verzoekt het college
door een 1e evaluatie van de verplaatsing,
de tendenzen die onze weekmarkt aangaan en
de huidige gang van zaken, een beleidsvisie
op onze weekmarkt te ontwikkelen vanuit
economische potentie en het aantrekkelijk
houden van Leerdam als winkelstad, al dan
niet ondersteund door brancheorganisaties;
verworpen, SGP en L2000 voor.
Huidige gegevens 36 standhouders verdeeld
over 58 kramen en 10 verkoopwagens.
36 kramen á 4 meter per kraam = 232 meter
10 verkoopwagens á 9 meter = 90 meter
Totaal aantal meters 322 meter
Geplaatst op:
23/06/09
|
|
Markten toen en nu-
een globale overpeinzing.
Terugblikkend naar het verleden, over het
ontstaan en de ontwikkeling van het
marktgebeuren, ontdek je al snel dat de
markt oude papieren heeft. En terecht je
moet als toerist of gewoon passant maar eens
ronddwalen door een oude stad met
marktrechten van eeuwen her. Dan ontdek je
dat midden in zo’n plaats het marktplein
zich als centrum aandient, waar niet alleen
de markt werd of nog wordt gehouden. Het was
ook het middelpunt waar belangrijke
gebeurtenissen plaatsvonden. Zo’n plein was
omzoomd met de voornaamste gebouwen van de
stad.
Ook het bestuurlijk centrum, het stadhuis,
ontbrak er meestal niet. Vooral daar waar
het hart van de stad klopte, werden in
vroegere tijden ook zaken gedaan. De
aanvoer, doorvoer en afvoer van de
verhandelende goederen bracht, hoe je het
ook beziet, leven in de brouwerij.
Niet alle markten waren hetzelfde. In de
grotere steden had men naast de grote markt,
ook nog andere pleinen die toen en nu nog
herinneren aan producten, zoals het groot-
en kleinvee, die erop verhandeld werden.
Om het nader aan te duiden: namen als
kaasmarkt, vismarkt en varkensmarkt, om maar
iets te noemen, zijn in oude plaatsen
overbekend.
Vanwege de veelkleurige aanvoer en toename
van velerlei behoeften, die zich daar deden
gelden, ontstond een apart soort
handelslieden. Zij vormden een overbrugging
tussen de producent en de consument en
bemiddelden inzake vraag en aanbod, koper en
verkoper.
Bij het voortschrijden van de tijd
ontwikkelt zich dan ook een apart beroep: de
marktkoopman, naar het Latijnse woord
“mercati“ dat zowel handelsman als kramenman
betekend en waarschijnlijk is afgeleid van
mercator, wat volgens het woordenboek zowel
markt als handel betekent.
Markt en handel vragen dan ook om een
locatie, die de gelegenheid schept om voor
het onderlinge goederenverkeer een passende
ruimte af te bakenen. Een ontmoetingsplek
waar koopman en klant hun zaken konden
regelen.
Gegeven de aard en soort van het product
ontstond zo op de pleinen en in de brede
straten, ja soms ook op de bruggen, een
levendige variatie aan handelsverkeer.
Dat markten reeds veelvuldig in de antieke
oude wereld voorkwamen is, denk ik wel,
algemeen bekend.
Voor wie in de bijbel thuis is, herinner ik
aan het voorval uit Handelingen 17 waar
Paulus op de markt van Athene aanwezig was,
al was het dan niet direct om handel te
doen. De markt was vooral die tijd ook een
ontmoetingsplaats waar men heen ging om wat
nieuws te zeggen of te horen. Ja daar in het
hart van de stad was het trefpunt, waar
filosofen met elkaar discussieerden, de
nieuwtjeskramers hun zegje deden en naast de
nietsdoeners kwamen daar ook de kopers en
verkopers aan hun trekken. Ik las over die
markten in steden uit de oude wereld waar
het niet de vrouw was die boodschappen deed,
maar de man die de dagelijkse benodigdheden
op de markt aanschaften. Hij verbleef een
groot deel van de dag buitenshuis, iets wat
voor de vrouwen van toen niet was weggelegd.
Zo werd dus in die oude wereld de markt
bevolkt door mannen.
Hadden ze hun inkopen gedaan, dan werd de
slaaf opgedragen de goederen thuis te
brengen. De Athener zelf verpoosde daar nog
wat voor de nieuwsgaring tot het etenstijd
was. Ja zo was dat toen, maar dat is nu
anders geworden.
Terug naar onze streken. Door de steeds
betere bereikbaarheid, niet alleen via de
waterwegen, maar ook door de aanleg van
wegen en de uitbreiding van het bestaande
wegennet werd de groei bevorderd van
plaatsen die gunstig gelegen waren.
Bijvoorbeeld op het kruispunt van wegen en
aan riviermonden. Zulke steden konden zich
door de tijden heen ontwikkelen tot
aantrekkelijke markt- en handelscentra.
Voor de bloei van het marktgebeuren speelde
de bereikbaarheid een doorslaggevende rol.
Het was in vroeger tijden anders dan nu. Wij
hebben door het modernere vervoer andere en
betere mogelijkheden en zijn niet direct
afhankelijk van de markt naast de deur.
Lange afstanden speelden in vroeger tijden
daarom een grote rol, over het hoe en wat er
verhandeld werd, hetgeen de streek
opleverde, of dat het van ver aangevoerd
moest worden. Het soort product bepaalde in
dit opzicht het type markt dat ontstond.
Maar daarnaast ook een type dat zich door
een combinatie van varianten in ruimer
opzicht ontwikkelde tot markten die grotere
gebieden bestreken en bovendien werk
verschaften aan, om maar wat te noemen, het
vrachtverkeer te water en op de weg.
Een ander soort markt dan de vaste
weekmarkt, was de jaarmarkt. Deze zijn
ontstaan vanuit een kerkelijk feest, de
kerkmis (kermis). Zo’n dag was aan een
bepaalde heilige gewijd en naast en rondom
zo’n naamdag ontstond naast de viering het
nodige vertier, met daarbij de nodige
handel. Want waar volk is, daar is koop,
zoals het gezegde luidt. In plaatsen waar
verschillende parochies waren en dus ook
meer heiligen de aandacht kregen, kwam de
jaarmarkt in combinatie met de kermis
meermalen per jaar aan de orden.
Waren er door de jaren heen veel
verschillende markten, de meest voorkomende
is toch de geregelde vaste weekmarkt, die op
dezelfde dag en op dezelfde tijd werd
gehouden. Zelf nu nog zijn er steden waar de
tijd en de plaats nog hetzelfde is als in de
13e en 14e eeuw.
De weekmarkt zoals wij die nu ook in Leerdam
kennen valt onder de benaming warenmarkt.
Dat wil zeggen dat er zaken als textiel,
huishoudelijke artikelen, kleinvak- en
consumptieartikelen worden verhandeld. Doch
in vroeger tijden werd alles wat maar
vervoerd kon worden, op de markt te koop
aangeboden. Omdat dat soms tot verwarrende
toestanden leiden, is de speciale
onderscheiding naar verschillende soorten
van markt ontstaan. Dit kwam het meeste voor
in grotere en centraal gelegen steden.
In Leerdam was, wat wij nog steeds de markt
noemen de plaats waar één en ander plaats
vond. Daar stond ook het markthuis of de
waag, waar aangekochte goederen werden
gewogen aleer ze te koop mochten worden
aangeboden.
Men kan in het algemeen vaststellen dat tot
in het midden van de 17e eeuw de consument
zijn benodigdheden aanschafte op de markt.
Het winkelbestand, zoals we dat nu kennen,
was er zo goed als niet. Men ziet dan ook op
oude prenten hoe bijvoorbeeld slagers en
bakkers en andere ambachtslieden op tafels
voor hun woonhuis de waren aan de man of
vrouw brachten. Een vorm van straathandel
die een overgangssituatie te zien gaf naar
een geregeld winkelbestand.
Dat de plaatselijke overheid bij een
goedlopende markt voordeel had is een
aanvaarbaar gegeven, al is het niet alles
winst wat de klok slaat. Straat en plein
moesten geschikt gemaakt worden en ook het
schoonmaken deden de kabouters niet.
Tegenover die onkosten stond het inkomen aan
rendement dat door de koopman voor zijn
plaats, moest worden neergeteld. Door de
tijd heen groeide behoefte aan regels, waar
kooplui zich toen voor de goede gang van
zaken aan moesten houden. Nu is dat vanzelf
nog zo en dat geldt natuurlijk ook voor
Leerdam. En hoe men het ook went of keert,
de voornaamste bezigheid voor de kooplui is
op de markt staan in de hoop daar zijn waar
te slijten aan de komende en gaande
marktbezoeker. Maar ook een plaats voor het
uitwisselen van wederzijdse bevindingen en
gedachten. Ook daar kan men soms zijn
voordeel doen. In het kort gezegd is de
markt een plek waar de regel heerst dat het
er goed vertoeven is. Dat moge ook zo zijn
voor de markt van Leerdam die al meer dan
een eeuw oud is, en zeker geld dit ook voor
de koopman die daar aanwezig is, wat ik
ergens las:
Die alles wil wat de ogen zien,
Die handeldrijft op het woord misschien,
Die onbeperkt zijn goed vertouwt,
Die niet nauwkeurig boeken houdt,
Die zelden rekent, zelden schrijft,
Een wonder als hij koopman blijft.
Geplaatst op:
23/06/09
|
 |
| |
|
|
|