Home  |  Nieuws  |  Fractie  |  Steun-fractie  |  Programma  |  Contact  |  Lid worden  |  Forum  Links  |  Agenda  |  Actuele zaken  |  Archief

Programma 2010-2014


 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klik hier om de verkiezingsprogramma van Leerdam 2000 te downloaden als PDF bestand,

LEERDAM 2000

L 2000 is een onafhankelijke lokale partij, die niet gebonden is aan het programma van enige landelijke politieke groepering. Een partij die open staat voor mensen met verschillende achtergronden en levensbeschouwingen.

Nieuw realisme

Dit is een term voor een andere benadering van problemen, die op nationaal en plaatselijk niveau op ons afkomen. Waar moeten we dan aan denken:

-          In de eerste plaats aan de financiële gevolgen van een stagnerende economie, die voor een aantal jaren zijn schaduwen vooruit werpt.

-          Op de tweede plaats de directe en indirecte gevolgen voor de gemeente Leerdam en zijn bewoners (eigenlijk zouden we moeten spreken over de eerste plaats, doch de nationale aanpak werkt sneller door).

Daar staat tegenover dat we op een andere manier moeten omspringen met wat we tot nu toe hebben bereikt en moeten waken voor het weggooien hiervan.

Ook moeten wij waken voor een cultuur waarbij verandering onmogelijk is. Een beroep doen op creativiteit in het omgaan met de beschikbare middelen is gewenst (een overheid hoeft niet duurder uit te zijn dan een particuliere ondernemer bij aanbesteden).

De voorjaarsnota is niet onaantastbaar. Er moet kritisch gekeken worden naar de financiële haalbaarheid van de opengenomen wensen.

Het OZB dient niet als de spreekwoordelijke melkkoe te worden gezien.

De gemeente dient te onderzoeken of de burger niet meer kan doe voor Leerdam (schoonhouden woonomgeving, vrijwilligersbeleid e.d.).

Leerdam 2000 maakt zich sterk voor  het (nog) beter inschakelen van wijk of dorp. Specifieke belangen van een wijk of buurt kunnen zo nodig voorrang krijgen op een bovenwijkse (algemene) voorziening. Maatwerk leveren is de belangrijk .

Kijkend naar de diverse programma’s van de politieke partijen en de benadering in het kader van het algemeen belang, blijkt dat de meningen niet zo ver uit elkaar liggen. Soms is er alleen afwijkend stemgedrag op onderwerpen.

Naar onze mening zou na de verkiezing dan ook in overweging moeten worden genomen of er met een algemeen raadsprogramma kan worden gewerkt in de plaats van een collegeprogramma. Dit zal meer recht doen aan discussies, die nu meer het onderwerp zijn van coalitie versus oppositie. Een vrije opstelling hierin kan voor de burger herkenbaarder zijn.

Het bovenstaande komt terug in de volgende thema’s.

Burgerparticipatie

Als we het hebben over participatie dan gaat het om de wijze waarop de burger is/wordt betrokken bij het beleid. Vaak voelt men zich niet serieus genomen. Gevoelens als: het besluit is al gevallen, inbreng wordt genegeerd, onvolledige informatiestroom en dergelijke, drukken soms de werkelijke discussie over een onderwerp weg.

In onze ogen is het dan ook belangrijk om vooraf duidelijke keuzes te maken over de invulling van het participatieproces. Daarnaast moet daadwerkelijk interesse getoond worden in de inbreng van burgers en hen moet volledige informatie verstrekt worden.

Welke rol krijgt een burger? Je moet dan denken aan meebeslissen, coproduceren, adviseren, raadplegen of informeren.

Soms kan er sprake zijn van een uitgebreide participatie met een langere duur vanuit de burger. Dan weer een beperkte participatie op basis van feiten en dossiers.

Op dit moment probeert de gemeente er al wat aan te doen. Maar centraal blijft voor L 2000 de vraag staan wanneer en hoe de burger nu daadwerkelijk profijt kan hebben van hun inspanning.

Gaat het om een individuele burger, die iets wil van de gemeente dan is dat wel goed geregeld en ook zaken als bezwaar en beroep zijn herkenbaar.

Moeilijker wordt het wanneer er sprake is van een collectief belang. Voor wettelijke regelingen als WMO zijn er belangenverenigingen. Dat zijn goede procesbewakers met mensen met kennis van de regelingen. Zo zijn er meer regelingen waarbij een burger via die belangenverenigingen zijn zegje kan doen en de gemeente kan profiteren van de inbreng.

Maar hoe nu als het gaat om het meebeslissen hoe een wijk, buurt of dorp er in de toekomst uit gaat zien?

Naar onze mening kan er winst gehaald worden uit het opzetten van een systeem voor specifiek wijkgericht werken. Het gaat dan om sociale en ruimtelijke ontwikkelingen, met uitvoeringsplannen voor de korte (2-3jaar) en langere (10-15 jaar) termijn.

Wijkraden kunnen gaan zorgen voor begeleiding en controle van de uitvoeringsplannen. Taken en bevoegdheden dienen duidelijk te worden vastgelegd.

Initiatieven als wijktafel, wijknieuwsbrieven en de meer bewonersgerichte aanpak bij het ontwikkelen van nieuwe plannen en nieuw beleid moeten stevige impulsen krijgen.

Duidelijk moet zijn dat bij het tot stand komen van plannen de wisselwerking tussen ambtenaren, actieve burgers en in de wijk werkzame organisaties als buurtwerk goed moet zijn. Een realistische inventarisatie van mogelijkheden is een must.

Dat er bewonersavonden dienen te worden gehouden, hoeft ook geen nader betoog.

Dit past dan ook in het beeld wat de gemeente voor ogen heeft met de proef van de Ronde Tafel Gesprekken met de raadscommissies. Het wordt voor de burger inzichtelijker en aantrekkelijker om deel te gaan nemen. De afstand tot de bestuurder neemt af.

Wij zijn dan ook van mening dat de prioriteit de komende tijd moet worden gelegd in het verbeteren van een wijkgericht werken en dit parallel te laten lopen aan het opzetten van een nieuwe vergadercultuur van commissie en raad.

Bouwen en wonen

Wat betekent een zin als “We hebben een gezond woon- en leefklimaat, waar mensen met plezier wonen en werken en waar iedereen een woning kan vinden die past bij zijn of haar leefstijl”. Deze is te vinden als een beoogd effect in de gemeentebegroting 2010.

Door de wirwar van verordeningen, gemeentenotities en nota´s van regeringbeleid is het bijna onmogelijk om aan te geven wat er als grondslag geldt voor het invullen van de praktijk. Wat zijn deze waard voor de burger, die inderdaad maar één ding verwacht: “Passende woonruimte”.

De vraag dient zich aan of de huidige prestatie-indicatoren, waarbij diverse projecten worden genoemd voldoende waarborg bieden om dat te kunnen bereiken.

Vermeldenswaard is in ieder geval het “Regionaal uitvoeringsprogramma Wonen Regio Alblasserwaard - Vijfheerenlanden”. Afspraken hierin zijn regionaal bindend en op lokaal niveau uitvoerbaar.

Aandacht is ook nodig voor de bevolkingsontwikkeling (krimp), maar voor een periode van 15 tot 20 jaar zal dit zeker nog geen grote invloed hebben.

Nog niet zo lang geleden hebben we juichend de toekenning van het aantal te bouwen woningen omarmd. Naast West-West kunnen we aan de gang met projecten als Raadsliedenbuurt, Hartog en Bikker terrein, het nieuwbouwproject bij de Schoonrewoerdse rondweg, nieuwbouw school met woningen in Oost, plannen Kerkstraat Kedichem.

Een optelsom van nieuwbouw, sloop en herbouw.

De aantallen zijn redelijk in beeld te krijgen. Belangrijker is de verdeling in soorten woningen en de verhouding koop en huur. Positie van starters, senioren en doorstromers blijven actueel.

Het is belangrijker dan ooit om vooraf te onderzoeken of er capaciteit in bouwprojecten moet worden gestoken. Op dit moment wordt pijnlijk duidelijk dat externe factoren roet in het eten gooien in de snelheid waarmee gebouwd wordt.

Ook wordt nu zichtbaar in hoeverre afwijking van de verhouding huur en koop extra wordt beïnvloed door economie. In de Raadsliedenbuurt is er een omzetting van koop naar huur. Is dit gunstig of niet? Hoewel er nu toch gebouwd wordt , moeten we goede afspraken maken met Kleurrijk-Wonen over de verdeling tussen huur-en koopwoningen. 

Naar onze mening dient er ook meer te worden gedaan met regelingen als De Koopsubsidie, De Starters Lening, De Nationale Hypotheekgarantie, Koopgarant, Starters Regeling en Tijdelijke Verhuur Onverkochte Woning. Ook publiek/private samenwerking (PPS) hoort erbij.

Natuurlijk spelen de woningprijzen hierin een bepalende factor, maar een verdergaande samenwerking met marktpartijen als (project)makelaars en woningbouwvereniging(en) zal zeker bijdragen aan een sneller inspelen op ontwikkelingen. De mogelijkheden van duurzaam bouwen en de haalbaarheid daarvan kunnen meegenomen worden bij het verstevigen van kansen voor bouwen.

Tevens dient in het oog te worden gehouden dat bij sloop/herbouw een betere aansluiting wordt gezocht bij de beschikbaarheid van woningen. Wellicht kan een bescheidener opzet en mogelijk gedeeltelijke realisering van een project hierin ruimte bieden.

Vermeldenswaard is zeker de rol van de gemeente bij het inspelen op de prijzen voor de grond. Bij sociale (woning)bouw kan de prijs omlaag door subsidie op de grondprijs. Het op orde houden van het gemeentelijk huishoudboekje via dit middel staat stevig onder druk met het inzakken van nieuwbouw in de koopsector. Blijvende en verscherpte aandacht hiervoor .

Beheerszaken

Onder deze noemer vallen zaken als onderhoud wegen, groen, gemeentewerf e.d.

Wegonderhoud:

Voor wat betreft de wegen is er een voortdurende wisselwerking tussen regulier en tussentijds onderhoud. De factor veiligheid is een belangrijk ijkpunt en moet absoluut niet ter discussie komen te staan.

Wel zal er een beter evenwicht moeten worden gevonden bij het bekijken van de prioriteiten voor welke weggebruiker er nu iets gedaan moet worden.

 Ook voetgangers en fietser hebben een hoge prioriteit in het verkeer.

Groen:

Voor het op schema brengen van het groenonderhoud moet een prijs worden betaald. Verwacht mag worden dat we de plannen de komende tijd (los van wettelijke verplichtingen) niet meer hoeven bij te stellen.

Milieu:

Het opknappen van de gemeentewerf is een goede slag, maar nu nog de milieustraat. We verwachten meer inzicht in de aanpak van de realisering daarvan.

Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het bewust omgaan met het milieu. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie.

Verder dient de manier van het vuil ophalen meer prioriteit te krijgen (denk hierbij aan de komende bouwplannen).

Economie, cultuur en toerisme

Economie:

Wat kan de gemeente doen met het ingeslagen beleid om een evenwichtige economische groei en werkgelegenheid te bevorderen? Een vraag die steeds opnieuw aan de orde is vanwege de gevolgen van de recessie en de nawerkingen hiervan.

Doen we genoeg met de revitalisering van het bedrijventerrein? Het overleg met BKL en Kamer van Koophandel en inspelen op ontwikkelingen kan nog verder worden benut. Type bedrijf en eisen dienen herkenbaar te blijven. Het afronden van de complete invulling van het bedrijventerrein dient nagestreefd te worden.

Het is belangrijk om te kijken in hoeverre werkgelegenheid binnen de kleinere bedrijven, naast de grote werkgevers, behouden blijft. Niet alleen het fenomeen bedrijfsverzamelgebouw kan een rol spelen, maar ook bedrijven aan huis moeten meer mogelijk worden gemaakt. Regelgeving aanpassen waar mogelijk, is het motto, vindt L 2000.

Zijn de bestaande inzichten over de inrichting van de stad en de relatie tot toerisme voldoende om op korte en langere termijn de trek naar Leerdam van de consument te kunnen behouden?

Wij zouden graag de weekmarkt zien terugkeren naar de Kerkstraat.

Als eerste is het nodig stil te staan bij het principe van de vrije vestiging van ondernemers. Dat is tot nu toe steeds gehanteerd en men moet de ondernemersgeest voorop laten staan. De kost verdienen behoeft geen verdere uitleg.

Daarnaast zijn er maatschappelijke ondernemingen zoals musea, glasblazerij e.d., waar hulp verstrekt is om een sluitende exploitatie te kunnen bereiken.

Toerisme:

Het is belangrijk om op logische wijze de loop van bezoekers te combineren met elkaar en de afstand en inrichting van voorzieningen te koppelen, rekening houdend met parkeerplaatsen.

 Welke faciliteiten zijn er in de stad of naaste omgeving voor de Leerdammer, de regionale bezoeker en de toerist? Het opknappen van wegen en wandelpaden stopt ook een keer.

Dat we redelijk op de goede weg zitten blijkt uit de verkiezing tot de beste binnenstad. Nu de slag naar de continering daarvan.

Is de gemeente nu een speler op de markt? In principe niet. Men is nu eenmaal geen ondernemer. Wel op het gebied van het faciliteren.

In hoeverre dat geld mag kosten blijft een voortdurende vraag. Het bieden van mogelijkheden om panden aan te kopen en op te knappen kan werken. De gemeente moet dit niet zelf doen, maar marktpartijen hierbij betrekken als makelaars. Eigen bezit ligt niet voor de hand.

De LOV zal, vanwege haar specifieke kennis, betrokken moeten worden. Het tackelen van regelgeving blijft ook een punt van zorg.

De stadsmanager zal zijn plannen en rol hierin duidelijker aan moeten gaan geven.

Cultuur:

De rol van de cultuur moet zeker een blijvend gezicht houden. Naast glas, met een steeds duidelijker wordende functie naar buiten Leerdam, is er ook de Leerdamse geschiedenis die het bewaren waard is.

We dringen dan ook aan op het tentoonstellen van de historische collectie die momenteel in het Oude Raadhuis is opgeslagen.

Ook het patroon in het denken van het reguliere muziekonderwijs dient te worden doorbroken. Naast muziek bestaan er meer mogelijkheden tot een persoonlijke ontwikkeling en een stuk beleving in welzijn. Je kunt dan denken aan beeldende kunst, toneel en theater en dansen.

Regionaal is hierin de Stichting TOON actief en naar onze mening dient te worden bekeken in hoeverre er een combinatie gemaakt kan worden met plaatselijke initiatieven als de Stichting GO.

Het verdient aanbeveling om samen met deze organisaties te bekijken in hoeverre er gebruik gemaakt kan worden van de nieuwe subsidieregeling van het rijk over combinatiefuncties. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan een muziekdocent, die op de muziekschool les geeft, maar ook op school wordt ingezet.

We mogen ook de bibliotheek niet vergeten, die als een laagdrempelige voorziening met toegang tot zoveel mogelijk informatie en media wordt beschouwd. Sinds jaar en dag bestaand en steeds vernieuwend en meer dan ooit toegespitst op oud en jong.

Belangrijke vraag wordt voor ons in hoeverre functies als informatie en advies aan een balie door hen kunnen worden overgenomen, naast de reguliere taken. Behalve verstrekken van gemeentelijk foldermateriaal, kunnen ook lichtadministratieve werkzaamheden worden overgenomen.

Verkeer

Bereikbaarheid:

In zijn algemeenheid gesteld kan het thema leefbaarheid en bereikbaarheid van toepassing worden verklaard als het gaat om verkeer. Iedereen in Leerdam heeft hier mee te maken en de verschillende gebruikers van de openbare weg hebben ieder hun eigen visie. Het gebruik van de auto wordt in veel gevallen centraal gesteld, maar ook fietsers en voetgangers claimen ook hun belang.

De wegsituaties geven niet altijd een duidelijk beeld. Bijvoorbeeld de fietsers bij de spoorwegovergang Spoorstraat hebben voorrang en aan de noordkant (Parallelweg) weer niet. Beleefdheid en alertheid van de automobilist voorkomen veel ongelukken.

Wij pleiten voor meer duidelijkheid voor de diverse weggebruikers. Zeker de aanleg/aanwezigheid van een fietsnetwerk blijft voor ons een prioriteit.

Dit naast de mogelijkheden om naast de dimensionering van de kruispunten de huidige en toekomstige verkeerslichten beter af te stemmen op elkaar (bijvoorbeeld op het sluiten van de overwegen).

Zeker dient ter discussie te komen staan de plaats van de verkeersdosering aan de Meent. Onnodige ergernis voor iedere weggebruiker (inclusief de fietser).

Punt van zorg is eveneens de planning van de Poort van Noord en de wegsituatie in de Stationsstraat.

Wij willen graag meer inzicht in de planning van de verkeersmaatregelen zoals in het bereikbaarheidsplan staat aangegeven. Het verkeerslichtensysteem op het Recht van Ter Leede is nodig aan vervanging toe. Waar wachten we nu eigenlijk op?

Nieuw is het bekijken van de ontsluiting van West West in de vorm van een bovengrondse overgang (overweg). Niet alleen voor deze wijk van elementair belang, maar ook voor de belasting op de overige hoofdwegen.

De planning hiervan dient duidelijker in beeld te worden gebracht.

In het kader van de belangen van een wijk dient er ook een hernieuwde aandacht te komen voor de mogelijkheden van het aanleggen van een rondweg in Oost.

Parkeren:

Waar liggen nu de knelpunten voor het parkeren? In de uitwerkingsnotitie “Parkeren Centrum”  worden nieuwe locaties genoemd, maar in sommige wijken zijn of kunnen er ook problemen ontstaan.

Dit kan ook worden beïnvloed door bouwwerkzaamheden. Bij nieuwbouw kan dit vooraf op basis van de normen en opvattingen over de inrichting van een wijk worden ingevuld.

Het gedrag van kort en langparkeerders mag nu wel eens als een bekend feit worden aangemerkt. Dit hoeft niet opnieuw te worden onderzocht.

Als de aangegeven maatregelen rond de verwijzingen naar parkeermogelijkheden zijn gerealiseerd kunnen we nog één keer monitoren, maar dat moet het voorlopig dan ook zijn.

Mogelijke nieuwe knelpunten dienen te worden beoordeeld op effecten voor korte en langere termijn. Verder moet er extra aandacht zijn voor parkeren doelgroepen (bijv. senioren en mindervalide).

Hierbij past zeker de problematiek van het parkeren (brengen en halen van kinderen) rond de basisscholen en het op gang brengen en houden van overleg om in samenwerking met de scholen tot een oplossing te komen (kiss en ride).

Onderwijs

Voor het onderwijs geldt dat veel geregeld is via de landelijke overheid. Tevens zijn er diverse gemeentelijke nota’s en verordeningen op zijn plaats. Toch speelt de gemeente een belangrijke rol, denk maar aan huisvesting en onderwijsinhoudelijke aspecten.

De instandhouding van de brede scholengemeenschap door verbouw/nieuwbouw Heerenlandencollege is een goede stap. Het is nodig om voortdurend en in overleg met het schoolbestuur te kijken of de kwalitatieve bijstelling in het onderwijs gelijke tred kan houden met de huisvesting. De sociale functie van de school in een wijk is belangrijk.

Blijvende aandacht en inspanning om te voorkomen dat leerlingen zonder diploma de school verlaten is noodzakelijk. Thuis zitten biedt geen alternatief.

Duidelijkheid in overlegstructuur en het verwerken naar beleid en uitvoering moet structureel op de agenda staan.

De totale capaciteit van de onderwijshuisvesting is een punt van aanhoudende zorg. Wat gebeurt er met ruimte die in scholen vrijkomt? Tijdelijke lokalen? Brede school of ruimte voor inclusief onderwijs per school (minder kinderen naar speciaal onderwijs)? In hoeverre moet worden doorgegaan met de aanpak van het achterstandenbeleid?

Waar vinden we de prioriteit terug van brede school, doorlopende leerlijnen en vroegtijdige signalering?

In de wijken Oost, Noord, alsmede Kedichem en Schoonrewoerd is er redelijk zicht op de huisvesting en de te nemen maatregelen. Voor West blijft nog steeds de vraag open over de gevolgen van nieuwbouw voor de huidige scholen en samenwerking bij een mogelijke brede school.

We moeten een goed zicht krijgen op termijnen waarop besluiten genomen moeten worden.

Wellicht kan vooruitlopend op een definitieve invulling al een verdergaande vorm van samenwerking tot stand worden gebracht (bestuurlijk en materieel).

Ook de zorg voor het in stand houden van voor- en naschoolse opvang dient gelijke tred te houden met zaken als behoud van werkgelegenheid en effecten op gezinsleven (welzijn).

Jeugd

Niet alleen onderwijs is betrokken bij het oplossen van problemen. Meerdere partijen worden gebruikt om een aantal andere doelstellingen te bereiken als veiligheid, je kunnen ontwikkelen en elkaar kunnen ontmoeten, alsmede een stuk jeugdhulpverlening.

Ook hier zijn voldoende kaders in de diverse nota’s, maar toch blijft de vraag centraal staan in hoeverre de diverse instellingen de gegevens met elkaar uitwisselen. Vaak lijkt de zelfstandigheid van de instantie (bewaken “eigen” gegevens) vóór de cliënt te gaan.

Hulpverlening:

Door de modernisering van de AWBZ kunnen er bijvoorbeeld kinderen met lichte lichamelijke of psychosociale beperkingen van hulp verstoken blijven. Ook kinderen met problemen in de opvoeding moeten nog een beroep op hulpverlening kunnen doen.

De stap van het oprichten van een Centrum voor Jeugd en Gezin en de ontwikkeling van zorgnetwerken is dan ook een logisch vervolg op de intentie om beter adequate hulp te kunnen inzetten.

Wij streven naar blijvende aandacht voor het kritisch volgen van instellingen en subsidiestromen en het in stand houden van de mogelijkheden om hulverlening op elkaar af te stemmen.

Jeugd en jongerenwerk:

Bij de ontmoeting en ontwikkelingsfunctie is de huidige aanpak van het jeugd en jongerenwerk toe aan een vervolg met als ijkpunt het nieuwe jongerencentrum. Het negatieve feestimago moet worden omgezet naar een positief imago. De ontmoetingsfunctie voor jongeren uit heel Leerdam en ook de mogelijkheid om cursussen te volgen is een verbetering.

Het netwerk dient naar onze mening ook te worden ingezet in het kader van veiligheid.

De planning en realisering van doelen op korte en lange termijn moet beter worden beschreven en ook meer kunnen worden gecontroleerd.

Speelruimte:

Nieuwe aandacht voor het speelruimtebeleid vinden wij noodzakelijk, waarbij het niet eens zo gaat om het veranderen van het beleid, maar meer de inbreng van de door ons genoemde wijkgerichte aanpak uit de verf te laten komen. Men moet de mogelijkheid krijgen meer zelf te gaan doen (dus ook de jeugd). Kennis van de samenstelling van de buurt en afstemming op de mogelijkheden van de diverse leeftijden en type inrichting van speelruimte is ruim voorhanden. Dit alles uiteraard met inachtneming van de wettelijke eisen.

Onze voorkeur gaat dan ook naar het handhaven van de kleinschalige aanpak en verstrekken van middelen aan de buurt om ze te blijven betrekken in een stuk beleving van welbevinden.

Dit dient natuurlijk gekoppeld te worden aan de structuur die we op het oog hebben met nieuw wijkgericht werken (duidelijkheid over taken en bevoegdheden).

Sport

Sport kan uit verschillende invalshoeken benaderd worden: recreatie, competitie, gezondheid, verenigingsleven, individueel en hobby. Kortom, het gaat om het bewegen in welke vorm dan ook. Het koersbal is voor een senior net zo belangrijk als welke balsport dan ook voor de jongere.

Het gaat nu om de rol van de gemeente, die bestaat uit hulp om bewegen mogelijk te maken. Soms gebeurt dat uit beschikbaar stellen van subsidies voor een bijdrage in exploitatie of een stimuleringsbijdrage, maar ook uit het verhuren van accommodatie.

De vraag voor L 2000  is of de nu ingeslagen weg voor het gemeentelijk handelen rond de binnen en buitensport voldoende ruimte biedt om als toekomstbestendig te worden aangemerkt.

Binnensport:

De binnensportaccommodaties zijn geprivatiseerd. Jaarlijks wordt een exploitatiebijdrage betaald aan de exploitant zodat het gebruik betaalbaar blijft voor de gebruikers.

Is dit voldoende? Dit is een discussie die naar onze mening weer eens bekeken dient te worden, gelet op de economische ontwikkelingen. Als voorbeeld noemen we LZ & PC De Linge, die meer dan ooit moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen.

Buitensport:

Het vastgestelde beleid rond buitensportaccommodaties is problematisch. Er is namelijk geen geld voor de aankoop van gronden van verenigingen en er moet ruimte gezocht worden voor de uitvoering van de regeling voor investeringskosten. Ook de verantwoordelijkheid voor de verenigingen voor de bouw van kleedaccommodaties is op zijn mist discutabel.

Het al dan niet in eigendom zijn van velden blijft een zorgelijk punt gelet op de financiële vooruitzichten.

Meer dan ooit moet er aandacht zijn voor het volgen van een meerjarenplanning.

Ook mensen met een beperking moeten de mogelijkheid krijgen om hun favoriete sport te kunnen beoefenen. Sportverenigingen kunnen hierbij, vanuit het WMO budget, financieel worden ondersteund.

Zorg

De AWBZ is in 1968 ingevoerd om mensen te verzekeren tegen zware geneeskundige risico’s zoals de kosten van langdurige “intramurale” zorg in een verpleeghuis of een gehandicapteninstelling.

Door het uit de voegen groeien van de verplichte volksverzekering is er nu sprake van een modernisering om terug te keren naar het oorspronkelijke uitgangspunt: het verzekeren van mensen met ernstige beperkingen die langdurige zorg nodig hebben.

Voor de lichtere zorg is er een nieuwe regeling de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) met een groeiende rol van de gemeente. Mensen kunnen met gebruikmaking van de beschikbare middelen zo lang mogelijk zelfstandig wonen en werken.

De eerste verkenningen laten zien dat we met de huidige aanpak een goede start hebben gemaakt en instellingen goed inspelen op vraag en aanbod. Gespecialiseerde verzorging en bereikbaarheidsdiensten zijn een voorbeeld hiervan. Nieuwbouw Lingesteyn, Emmahuis en Ter Leede geven een trend aan. Ook het WMO-loket in het stadskantoor bewijst goede diensten.

De mogelijkheid van een WMO-loket op locatie (dorpskernen) voor enkele dagdelen per maand moet worden onderzocht.

Het is zaak dat de verschillende betrokkenen (waaronder de klanten zelf) voldoende gegevens kunnen aanleveren om zo goed mogelijk in te spelen op de behoefte. Het stempel van bezuiniging dient niet hierop te drukken.

Knelpunten moeten tijdig aan de orde worden gesteld en overleg met instellingen, organisaties en belangenbehartigers moeten we afstemmen op klantvriendelijke oplossingen.

Kortom de gemeente wordt een belangrijke speler op de markt en zal zich als zodanig moeten gaan ontwikkelen.

Niet vergeten moet worden dat blijvende aandacht voor de rol van de vrijwilliger en/of mantelzorger noodzakelijk is. De WMO biedt het platform hiervoor. Bestaande netwerken en nieuwe initiatieven op het gebied van de zorg moeten een plaats krijgen.

Zeker de mantelzorger zou op meer ondersteuning moeten kunnen rekenen. De hoeveelheid regels waar men mee te maken krijgt moet drastisch worden beperkt.

Veiligheid

De organisatie van de veiligheidsregio ZHZ regelt de samenwerking tussen politie, brandweer en ambulancevoorziening. Gemeenten, waterschappen en regionale milieudienst hebben ook een rol hierin.

Het oprichten van de veiligheidsregio was vooruitlopend op de nieuwe regeling zoals het rijk die ziet. In het verlengde daarvan blijft bij L 2000 nog de vraag of de huidige regio voldoende bestendig is tegen de druk van de schaalvergroting elders.

Veiligheidsgevoel is iets wat de burger in de praktijk moet ervaren. Hulp van statistieken is weliswaar nodig om knelpunten te kunnen analyseren, maar inbreng van de burger blijf nodig.

Aanrijtijden verbeteren, meer blauw op straat zou kunnen, maar er is een limiet. Waar staan we nu?

Controle op de uitgaven van de regeling moet beter worden geregeld (snellere melding van knelpunten en overschrijdingen).

Door te handhaven staat je beleid. Een eigen BOA team is dan ook noodzakelijk. Met name op de punten van overlast door fietsers op de plaatsen waar niet gefietst mag worden. Verder is er ook de aanpak van het hondenpoepbeleid, huisvuil, zwerfvuil en precario goed uitvoerbaar. Maar ook de (te royale) uitstalling van winkels en het foutparkeren van fietsen, waardoor iemand die afhankelijk van rolstoel of rollater een winkel niet meer bereiken, moet worden aangepakt. De kosten kunnen door een eigen team worden terugverdiend.

Laten we er vooral op letten dat we de voorzieningen die we nu hebben behouden en geen technische uithoek van de provincie worden (dus een goede brandweerkazerne en politiepost behouden in Leerdam).

Het gevoel van onveilige situaties en overlast moet worden weggenomen. De buurtpatrouilles is Noord hebben bewezen te werken en moeten dan ook over heel Leerdam worden ingezet.

Regionale samenwerking

Het samenwerken van een aantal regelingen en het overhevelen van bevoegdheden is al langer aan de gang. Voorbeelden hiervan zijn de RSD en de WSW.

Het oprichten van de regio Alblasserwaard & Vijfheerenlanden is een verdere stap op het gebied van bestuurlijke samenwerking.

Dan is er een verdergaande samenwerking op onderdelen ontstaan met de gemeenten Zederik en Giessenlanden, in het kader van schaalvoordelen.

Daartussendoor duikt de discussie op over de provinciale druk van een gemeentelijke herindeling, met als argument dat grotere gemeenten beter kunnen inspelen op veranderende omstandigheden en meer op hun taken zijn uitgerust.

Hoe ver kan een ambtelijke organisatie worden uitgekleed om nog te kunnen spreken over een volwaardig functionerend geheel.

Daar zijn veel discussies over te voeren. Maar het is heel goed om de vraag te stellen hoe een bezetting van een Stadskantoor er uit zou kunnen zien als er sprake is van het elders onderbrengen van meer taken dan waarover nu wordt gesproken.

Het is voor een burger belangrijk dat men wel voor uitvoerende zaken als burgerzaken en wmo terecht kan in de eigen gemeente.

Het principe van de kosten en de baten van regelingen voor de burger, dient onverkort te worden gehandhaafd. Duidelijkheid voor de burger is noodzaak.

Ook de aansturing van regelingen moet meer onder de aandacht komen. Het gevoel van “de ver van mijn bed show“ moet beter worden onderkend.

Voor Leerdam 2000 blijft nog altijd de slagzin van toepassing:

“Locaal doen wat locaal kan, regionaal doen wat regionaal moet”

Samenvatting actiepunten

Nieuw realisme:

-          opnieuw en kritisch bekijken op de haalbaarheid van opgenomen wensen in voorjaarsnota 2009

-          voortdurend actualiseren van het meerjarenbeleid financiën

Burgerparticipatie:

-          beter inschakelen van wijk en buurt door nieuw systeem wijkgericht werken

-          op basis van wijkgericht werken programma voor korte en langere termijn ontwikkelen

-          draagkracht onderzoeken naar de mogelijkheden van een raadsprogramma

-          verbeteren van mogelijkheden om ambtenaren en politiek aan tafel te krijgen over informatie, advisering en meebepalen/meebeslissen

Bouwen en wonen:

-          nieuw onderzoek naar de mogelijkheden realiseren bouwprojecten (nieuw en herstructurering) en het plaatsen daarvan in een tijdpad

-          beter benutten van stimuleringsregeling voor het kopen van woningen (koopsubsidie e.d.)

-          duurzaam bouwen op projectbasis mogelijk maken

-          sneller in beeld brengen van druk op huur/koopwoningen en gevolgen voor doelgroepen als starters en senioren

-          verder ontwikkelen van samenwerking met marktpartijen als (project)makelaars en woningbouwcorporatie(s)

-          mogelijkheden onderzoeken van afwijkende grondprijzen (sociale doelen)

Beheerszaken:

-          de factor veiligheid bij de afweging voor onderhoud wegen blijven hanteren, maar met een nadere invulling van prioriteiten voor fietsers en voetgangers

-          naar voren halen van de realisering van een milieustraat in Leerdam

-          de mogelijkheden van de wijze van vuil ophalen bij nieuwbouwprojecten bekijken

Economie, cultuur en toerisme:

-          afronden van de invulling bedrijventerrein en revitalisering

-          intensiveren van overleg met BKL en Kamer van Koophandel ondermeer over aantrekken van werknemers

-          in samenwerking met stadsmanagement bekijken in hoeverre vestiging van ondernemers wenselijk is

-          bekijken van mogelijkheden van faciliteiten verlenen voor initiatieven als Stichting Stadsherstel

-          vereenvoudiging van regelgeving

-          zichtbaar maken van de historische collectie

-          routering culturele attracties aantrekkelijk maken

-          samenwerking op gang brengen van organisaties als Stichting Go en Toon

-          gemeentelijke informatie en adviesvoorziening combineren met de werkzaamheden van de bibliotheek

Verkeer:

-          extra inspanning voor duidelijkheid bij oversteekplaatsen, kruisingen en verkeerslichten

-          situaties voor verkeersdosering aanpassen

-          eerder zichtbaar maken van gewijzigde en/of te wijzigen verkeerssituaties

-          extra aandacht voor gevolgen van bouwmaatregelen

-          extra aandacht voor ontsluiting van West West

-          afsluiten van monitoring parkeergedrag

Onderwijs:

-          inspanning om aantal voortijdige schoolverlaters te beperken

-          intensiveren overleg schoolbestuur Heerenlanden over maatschappelijke gevolgen van knelpunten

-          mogelijkheden van brede scholen onderzoeken in relatie tot de verwachtingen van aanmeldingsgedrag

-          nieuwe aandacht voor achterstandenbeleid

-          handhaving niveau voor- en naschoolse opvang

Jeugd:

-          kritischer volgen van instellingen en subsidiestromen om hulpverlening beter op elkaar af te stemmen

-          ontmoetingsfunctie van nieuw jeugdcentrum uitbouwen

-          netwerkontwikkeling jongerenwerk afstemmen op totale hulpverlening

-          speelruimtebeleid en uitvoering in wijk en buurt versterken

Sport:

-          subsidies in exploitatie voor verenigingen en voor experimenten ter stimulering toetsen op hun toekomstbestendigheid

-          het ontwikkelen van een evenwichtig sportbeleid

-          knelpunten van verenigingen op korte termijn aanpakken

Zorg:

-          geen bezuinigingsstempel laten drukken op de diverse uitvoeringen van zorg

-          optimaliseren van overlegvormen en benadering klanten voor het verkrijgen van informatie nodig voor een goede uitvoering

-          meer aandacht voor de blijvende rol van de vrijwilliger/mantelzorger

-          vereenvoudiging van regelgeving doorvoeren

Veiligheid:

-          rol van de veiligheidsregio parallel laten lopen aan de ontwikkeling op landelijk niveau

-          zorg dragen voor een goede plaatselijke huisvesting van diensten als brandweer en politie

-          het tegen gaan van onveilige situaties en overlast

-          het instellen van een eigen BOA team

Regionale samenwerking:

-          kritisch blijven volgen van de ontwikkelingen rond de bestuurlijke samenwerking met toetsing op waardevermeerdering en het ter beschikking stellen van middelen

-          de meerwaarde voor burgers in beeld brengen

-          verder bekijken van de mogelijkheden om de ambtelijke organisatie samen te laten werken met andere gemeenten op uitvoering van taken

-           behouden van loketfuncties voor uitvoering van regelingen