|
Klik hier om de verkiezingsprogramma van Leerdam 2000 te
downloaden als PDF bestand,
LEERDAM
2000
L 2000 is
een onafhankelijke lokale partij, die niet gebonden is aan het
programma van enige landelijke politieke groepering. Een partij die
open staat voor mensen met verschillende achtergronden en
levensbeschouwingen.
Nieuw
realisme
Dit is
een term voor een andere benadering van problemen, die op nationaal
en plaatselijk niveau op ons afkomen. Waar moeten we dan aan denken:
- In de eerste plaats aan de financiële gevolgen van een
stagnerende economie, die voor een aantal jaren zijn schaduwen
vooruit werpt.
- Op de tweede plaats de directe en indirecte gevolgen voor
de gemeente Leerdam en zijn bewoners (eigenlijk zouden we moeten
spreken over de eerste plaats, doch de nationale aanpak werkt
sneller door).
Daar
staat tegenover dat we op een andere manier moeten omspringen met
wat we tot nu toe hebben bereikt en moeten waken voor het weggooien
hiervan.
Ook
moeten wij waken voor een cultuur waarbij verandering onmogelijk is.
Een beroep doen op creativiteit in het omgaan met de beschikbare
middelen is gewenst (een overheid hoeft niet duurder uit te zijn dan
een particuliere ondernemer bij aanbesteden).
De
voorjaarsnota is niet onaantastbaar. Er moet kritisch gekeken worden
naar de financiële haalbaarheid van de opengenomen wensen.
Het OZB
dient niet als de spreekwoordelijke melkkoe te worden gezien.
De
gemeente dient te onderzoeken of de burger niet meer kan doe voor
Leerdam (schoonhouden woonomgeving, vrijwilligersbeleid e.d.).
Leerdam
2000 maakt zich sterk voor het (nog) beter inschakelen van wijk of
dorp. Specifieke belangen van een wijk of buurt kunnen zo nodig
voorrang krijgen op een bovenwijkse (algemene) voorziening.
Maatwerk leveren is de belangrijk .
Kijkend
naar de diverse programma’s van de politieke partijen en de
benadering in het kader van het algemeen belang, blijkt dat de
meningen niet zo ver uit elkaar liggen. Soms is er alleen afwijkend
stemgedrag op onderwerpen.
Naar onze
mening zou na de verkiezing dan ook in overweging moeten worden
genomen of er met een algemeen raadsprogramma kan worden gewerkt in
de plaats van een collegeprogramma. Dit zal meer recht doen aan
discussies, die nu meer het onderwerp zijn van coalitie versus
oppositie. Een vrije opstelling hierin kan voor de burger
herkenbaarder zijn.
Het
bovenstaande komt terug in de volgende thema’s.
Burgerparticipatie
Als we
het hebben over participatie dan gaat het om de wijze waarop de
burger is/wordt betrokken bij het beleid. Vaak voelt men zich niet
serieus genomen. Gevoelens als: het besluit is al gevallen, inbreng
wordt genegeerd, onvolledige informatiestroom en dergelijke, drukken
soms de werkelijke discussie over een onderwerp weg.
In onze
ogen is het dan ook belangrijk om vooraf duidelijke keuzes te maken
over de invulling van het participatieproces. Daarnaast moet
daadwerkelijk interesse getoond worden in de inbreng van burgers en
hen moet volledige informatie verstrekt worden.
Welke rol
krijgt een burger? Je moet dan denken aan meebeslissen,
coproduceren, adviseren, raadplegen of informeren.
Soms kan
er sprake zijn van een uitgebreide participatie met een langere duur
vanuit de burger. Dan weer een beperkte participatie op basis van
feiten en dossiers.
Op dit
moment probeert de gemeente er al wat aan te doen. Maar centraal
blijft voor L 2000 de vraag staan wanneer en hoe de burger nu
daadwerkelijk profijt kan hebben van hun inspanning.
Gaat het
om een individuele burger, die iets wil van de gemeente dan is dat
wel goed geregeld en ook zaken als bezwaar en beroep zijn
herkenbaar.
Moeilijker wordt het wanneer er sprake is van een collectief belang.
Voor wettelijke regelingen als WMO zijn er belangenverenigingen. Dat
zijn goede procesbewakers met mensen met kennis van de regelingen.
Zo zijn er meer regelingen waarbij een burger via die
belangenverenigingen zijn zegje kan doen en de gemeente kan
profiteren van de inbreng.
Maar hoe
nu als het gaat om het meebeslissen hoe een wijk, buurt of dorp er
in de toekomst uit gaat zien?
Naar onze
mening kan er winst gehaald worden uit het opzetten van een systeem
voor specifiek wijkgericht werken. Het gaat dan om sociale en
ruimtelijke ontwikkelingen, met uitvoeringsplannen voor de korte
(2-3jaar) en langere (10-15 jaar) termijn.
Wijkraden
kunnen gaan zorgen voor begeleiding en controle van de
uitvoeringsplannen. Taken en bevoegdheden dienen duidelijk te worden
vastgelegd.
Initiatieven als wijktafel, wijknieuwsbrieven en de meer
bewonersgerichte aanpak bij het ontwikkelen van nieuwe plannen en
nieuw beleid moeten stevige impulsen krijgen.
Duidelijk
moet zijn dat bij het tot stand komen van plannen de wisselwerking
tussen ambtenaren, actieve burgers en in de wijk werkzame
organisaties als buurtwerk goed moet zijn. Een realistische
inventarisatie van mogelijkheden is een must.
Dat er
bewonersavonden dienen te worden gehouden, hoeft ook geen nader
betoog.
Dit past
dan ook in het beeld wat de gemeente voor ogen heeft met de proef
van de Ronde Tafel Gesprekken met de raadscommissies. Het wordt voor
de burger inzichtelijker en aantrekkelijker om deel te gaan nemen.
De afstand tot de bestuurder neemt af.
Wij zijn
dan ook van mening dat de prioriteit de komende tijd moet worden
gelegd in het verbeteren van een wijkgericht werken en dit parallel
te laten lopen aan het opzetten van een nieuwe vergadercultuur van
commissie en raad.
Bouwen en
wonen
Wat
betekent een zin als “We hebben een gezond woon- en leefklimaat,
waar mensen met plezier wonen en werken en waar iedereen een woning
kan vinden die past bij zijn of haar leefstijl”. Deze is te vinden
als een beoogd effect in de gemeentebegroting 2010.
Door de
wirwar van verordeningen, gemeentenotities en nota´s van
regeringbeleid is het bijna onmogelijk om aan te geven wat er als
grondslag geldt voor het invullen van de praktijk. Wat zijn deze
waard voor de burger, die inderdaad maar één ding verwacht:
“Passende woonruimte”.
De vraag
dient zich aan of de huidige prestatie-indicatoren, waarbij diverse
projecten worden genoemd voldoende waarborg bieden om dat te kunnen
bereiken.
Vermeldenswaard is in ieder geval het “Regionaal
uitvoeringsprogramma Wonen Regio Alblasserwaard - Vijfheerenlanden”.
Afspraken hierin zijn regionaal bindend en op lokaal niveau
uitvoerbaar.
Aandacht
is ook nodig voor de bevolkingsontwikkeling (krimp), maar voor een
periode van 15 tot 20 jaar zal dit zeker nog geen grote invloed
hebben.
Nog niet
zo lang geleden hebben we juichend de toekenning van het aantal te
bouwen woningen omarmd. Naast West-West kunnen we aan de gang met
projecten als Raadsliedenbuurt, Hartog en Bikker terrein, het
nieuwbouwproject bij de Schoonrewoerdse rondweg, nieuwbouw school
met woningen in Oost, plannen Kerkstraat Kedichem.
Een
optelsom van nieuwbouw, sloop en herbouw.
De
aantallen zijn redelijk in beeld te krijgen. Belangrijker is de
verdeling in soorten woningen en de verhouding koop en huur. Positie
van starters, senioren en doorstromers blijven actueel.
Het is
belangrijker dan ooit om vooraf te onderzoeken of er capaciteit in
bouwprojecten moet worden gestoken. Op dit moment wordt pijnlijk
duidelijk dat externe factoren roet in het eten gooien in de
snelheid waarmee gebouwd wordt.
Ook wordt
nu zichtbaar in hoeverre afwijking van de verhouding huur en koop
extra wordt beïnvloed door economie. In de Raadsliedenbuurt is er
een omzetting van koop naar huur. Is dit gunstig of niet? Hoewel er
nu toch gebouwd wordt , moeten we goede afspraken maken met
Kleurrijk-Wonen over de verdeling tussen huur-en koopwoningen.
Naar onze
mening dient er ook meer te worden gedaan met regelingen als De
Koopsubsidie, De Starters Lening, De Nationale Hypotheekgarantie,
Koopgarant, Starters Regeling en Tijdelijke Verhuur Onverkochte
Woning. Ook publiek/private samenwerking (PPS) hoort erbij.
Natuurlijk spelen de woningprijzen hierin een bepalende factor, maar
een verdergaande samenwerking met marktpartijen als
(project)makelaars en woningbouwvereniging(en) zal zeker bijdragen
aan een sneller inspelen op ontwikkelingen. De mogelijkheden van
duurzaam bouwen en de haalbaarheid daarvan kunnen meegenomen worden
bij het verstevigen van kansen voor bouwen.
Tevens
dient in het oog te worden gehouden dat bij sloop/herbouw een betere
aansluiting wordt gezocht bij de beschikbaarheid van woningen.
Wellicht kan een bescheidener opzet en mogelijk gedeeltelijke
realisering van een project hierin ruimte bieden.
Vermeldenswaard is zeker de rol van de gemeente bij het inspelen op
de prijzen voor de grond. Bij sociale (woning)bouw kan de prijs
omlaag door subsidie op de grondprijs. Het op orde houden van het
gemeentelijk huishoudboekje via dit middel staat stevig onder druk
met het inzakken van nieuwbouw in de koopsector. Blijvende en
verscherpte aandacht hiervoor .
Beheerszaken
Onder
deze noemer vallen zaken als onderhoud wegen, groen, gemeentewerf
e.d.
Wegonderhoud:
Voor wat
betreft de wegen is er een voortdurende wisselwerking tussen
regulier en tussentijds onderhoud. De factor veiligheid is een
belangrijk ijkpunt en moet absoluut niet ter discussie komen te
staan.
Wel zal
er een beter evenwicht moeten worden gevonden bij het bekijken van
de prioriteiten voor welke weggebruiker er nu iets gedaan moet
worden.
Ook
voetgangers en fietser hebben een hoge prioriteit in het verkeer.
Groen:
Voor het
op schema brengen van het groenonderhoud moet een prijs worden
betaald. Verwacht mag worden dat we de plannen de komende tijd (los
van wettelijke verplichtingen) niet meer hoeven bij te stellen.
Milieu:
Het
opknappen van de gemeentewerf is een goede slag, maar nu nog de
milieustraat. We verwachten meer inzicht in de aanpak van de
realisering daarvan.
Burgers
hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het bewust omgaan met het
milieu. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie.
Verder
dient de manier van het vuil ophalen meer prioriteit te krijgen
(denk hierbij aan de komende bouwplannen).
Economie,
cultuur en toerisme
Economie:
Wat kan
de gemeente doen met het ingeslagen beleid om een evenwichtige
economische groei en werkgelegenheid te bevorderen? Een vraag die
steeds opnieuw aan de orde is vanwege de gevolgen van de recessie en
de nawerkingen hiervan.
Doen we
genoeg met de revitalisering van het bedrijventerrein? Het overleg
met BKL en Kamer van Koophandel en inspelen op ontwikkelingen kan
nog verder worden benut. Type bedrijf en eisen dienen herkenbaar te
blijven. Het afronden van de complete invulling van het
bedrijventerrein dient nagestreefd te worden.
Het is
belangrijk om te kijken in hoeverre werkgelegenheid binnen de
kleinere bedrijven, naast de grote werkgevers, behouden blijft.
Niet alleen het fenomeen bedrijfsverzamelgebouw kan een rol
spelen, maar ook bedrijven aan huis moeten meer mogelijk worden
gemaakt. Regelgeving aanpassen waar mogelijk, is het motto, vindt L
2000.
Zijn de
bestaande inzichten over de inrichting van de stad en de relatie tot
toerisme voldoende om op korte en langere termijn de trek naar
Leerdam van de consument te kunnen behouden?
Wij
zouden graag de weekmarkt zien terugkeren naar de Kerkstraat.
Als
eerste is het nodig stil te staan bij het principe van de vrije
vestiging van ondernemers. Dat is tot nu toe steeds gehanteerd en
men moet de ondernemersgeest voorop laten staan. De kost verdienen
behoeft geen verdere uitleg.
Daarnaast
zijn er maatschappelijke ondernemingen zoals musea, glasblazerij
e.d., waar hulp verstrekt is om een sluitende exploitatie te kunnen
bereiken.
Toerisme:
Het is
belangrijk om op logische wijze de loop van bezoekers te combineren
met elkaar en de afstand en inrichting van voorzieningen te
koppelen, rekening houdend met parkeerplaatsen.
Welke
faciliteiten zijn er in de stad of naaste omgeving voor de
Leerdammer, de regionale bezoeker en de toerist? Het opknappen van
wegen en wandelpaden stopt ook een keer.
Dat we
redelijk op de goede weg zitten blijkt uit de verkiezing tot de
beste binnenstad. Nu de slag naar de continering daarvan.
Is de
gemeente nu een speler op de markt? In principe niet. Men is nu
eenmaal geen ondernemer. Wel op het gebied van het faciliteren.
In
hoeverre dat geld mag kosten blijft een voortdurende vraag. Het
bieden van mogelijkheden om panden aan te kopen en op te knappen kan
werken. De gemeente moet dit niet zelf doen, maar marktpartijen
hierbij betrekken als makelaars. Eigen bezit ligt niet voor de hand.
De LOV
zal, vanwege haar specifieke kennis, betrokken moeten worden. Het
tackelen van regelgeving blijft ook een punt van zorg.
De
stadsmanager zal zijn plannen en rol hierin duidelijker aan moeten
gaan geven.
Cultuur:
De rol
van de cultuur moet zeker een blijvend gezicht houden. Naast glas,
met een steeds duidelijker wordende functie naar buiten Leerdam, is
er ook de Leerdamse geschiedenis die het bewaren waard is.
We
dringen dan ook aan op het tentoonstellen van de historische
collectie die momenteel in het Oude Raadhuis is opgeslagen.
Ook het
patroon in het denken van het reguliere muziekonderwijs dient te
worden doorbroken. Naast muziek bestaan er meer mogelijkheden tot
een persoonlijke ontwikkeling en een stuk beleving in welzijn. Je
kunt dan denken aan beeldende kunst, toneel en theater en dansen.
Regionaal
is hierin de Stichting TOON actief en naar onze mening dient te
worden bekeken in hoeverre er een combinatie gemaakt kan worden met
plaatselijke initiatieven als de Stichting GO.
Het
verdient aanbeveling om samen met deze organisaties te bekijken in
hoeverre er gebruik gemaakt kan worden van de nieuwe
subsidieregeling van het rijk over combinatiefuncties. Je moet dan
bijvoorbeeld denken aan een muziekdocent, die op de muziekschool les
geeft, maar ook op school wordt ingezet.
We mogen
ook de bibliotheek niet vergeten, die als een laagdrempelige
voorziening met toegang tot zoveel mogelijk informatie en media
wordt beschouwd. Sinds jaar en dag bestaand en steeds vernieuwend en
meer dan ooit toegespitst op oud en jong.
Belangrijke vraag wordt voor ons in hoeverre functies als informatie
en advies aan een balie door hen kunnen worden overgenomen, naast de
reguliere taken. Behalve verstrekken van gemeentelijk
foldermateriaal, kunnen ook lichtadministratieve werkzaamheden
worden overgenomen.
Verkeer
Bereikbaarheid:
In zijn
algemeenheid gesteld kan het thema leefbaarheid en bereikbaarheid
van toepassing worden verklaard als het gaat om verkeer. Iedereen in
Leerdam heeft hier mee te maken en de verschillende gebruikers van
de openbare weg hebben ieder hun eigen visie. Het gebruik van de
auto wordt in veel gevallen centraal gesteld, maar ook fietsers en
voetgangers claimen ook hun belang.
De
wegsituaties geven niet altijd een duidelijk beeld. Bijvoorbeeld de
fietsers bij de spoorwegovergang Spoorstraat hebben voorrang en aan
de noordkant (Parallelweg) weer niet. Beleefdheid en alertheid van
de automobilist voorkomen veel ongelukken.
Wij
pleiten voor meer duidelijkheid voor de diverse weggebruikers. Zeker
de aanleg/aanwezigheid van een fietsnetwerk blijft voor ons een
prioriteit.
Dit naast
de mogelijkheden om naast de dimensionering van de kruispunten de
huidige en toekomstige verkeerslichten beter af te stemmen op elkaar
(bijvoorbeeld op het sluiten van de overwegen).
Zeker
dient ter discussie te komen staan de plaats van de verkeersdosering
aan de Meent. Onnodige ergernis voor iedere weggebruiker (inclusief
de fietser).
Punt van
zorg is eveneens de planning van de Poort van Noord en de
wegsituatie in de Stationsstraat.
Wij
willen graag meer inzicht in de planning van de verkeersmaatregelen
zoals in het bereikbaarheidsplan staat aangegeven. Het
verkeerslichtensysteem op het Recht van Ter Leede is nodig aan
vervanging toe. Waar wachten we nu eigenlijk op?
Nieuw is
het bekijken van de ontsluiting van West West in de vorm van een
bovengrondse overgang (overweg). Niet alleen voor deze wijk van
elementair belang, maar ook voor de belasting op de overige
hoofdwegen.
De
planning hiervan dient duidelijker in beeld te worden gebracht.
In het
kader van de belangen van een wijk dient er ook een hernieuwde
aandacht te komen voor de mogelijkheden van het aanleggen van een
rondweg in Oost.
Parkeren:
Waar
liggen nu de knelpunten voor het parkeren? In de uitwerkingsnotitie
“Parkeren Centrum” worden nieuwe locaties genoemd, maar in sommige
wijken zijn of kunnen er ook problemen ontstaan.
Dit kan
ook worden beïnvloed door bouwwerkzaamheden. Bij nieuwbouw kan dit
vooraf op basis van de normen en opvattingen over de inrichting van
een wijk worden ingevuld.
Het
gedrag van kort en langparkeerders mag nu wel eens als een bekend
feit worden aangemerkt. Dit hoeft niet opnieuw te worden onderzocht.
Als de
aangegeven maatregelen rond de verwijzingen naar
parkeermogelijkheden zijn gerealiseerd kunnen we nog één keer
monitoren, maar dat moet het voorlopig dan ook zijn.
Mogelijke
nieuwe knelpunten dienen te worden beoordeeld op effecten voor korte
en langere termijn. Verder moet er extra aandacht zijn voor parkeren
doelgroepen (bijv. senioren en mindervalide).
Hierbij
past zeker de problematiek van het parkeren (brengen en halen van
kinderen) rond de basisscholen en het op gang brengen en houden van
overleg om in samenwerking met de scholen tot een oplossing te komen
(kiss en ride).
Onderwijs
Voor het
onderwijs geldt dat veel geregeld is via de landelijke overheid.
Tevens zijn er diverse gemeentelijke nota’s en verordeningen op zijn
plaats. Toch speelt de gemeente een belangrijke rol, denk maar aan
huisvesting en onderwijsinhoudelijke aspecten.
De
instandhouding van de brede scholengemeenschap door
verbouw/nieuwbouw Heerenlandencollege is een goede stap. Het is
nodig om voortdurend en in overleg met het schoolbestuur te kijken
of de kwalitatieve bijstelling in het onderwijs gelijke tred kan
houden met de huisvesting. De sociale functie van de school in een
wijk is belangrijk.
Blijvende
aandacht en inspanning om te voorkomen dat leerlingen zonder diploma
de school verlaten is noodzakelijk. Thuis zitten biedt geen
alternatief.
Duidelijkheid in overlegstructuur en het verwerken naar beleid en
uitvoering moet structureel op de agenda staan.
De totale
capaciteit van de onderwijshuisvesting is een punt van aanhoudende
zorg. Wat gebeurt er met ruimte die in scholen vrijkomt? Tijdelijke
lokalen? Brede school of ruimte voor inclusief onderwijs per school
(minder kinderen naar speciaal onderwijs)? In hoeverre moet worden
doorgegaan met de aanpak van het achterstandenbeleid?
Waar
vinden we de prioriteit terug van brede school, doorlopende
leerlijnen en vroegtijdige signalering?
In de
wijken Oost, Noord, alsmede Kedichem en Schoonrewoerd is er redelijk
zicht op de huisvesting en de te nemen maatregelen. Voor West blijft
nog steeds de vraag open over de gevolgen van nieuwbouw voor de
huidige scholen en samenwerking bij een mogelijke brede school.
We moeten
een goed zicht krijgen op termijnen waarop besluiten genomen moeten
worden.
Wellicht
kan vooruitlopend op een definitieve invulling al een verdergaande
vorm van samenwerking tot stand worden gebracht (bestuurlijk en
materieel).
Ook de
zorg voor het in stand houden van voor- en naschoolse opvang dient
gelijke tred te houden met zaken als behoud van werkgelegenheid en
effecten op gezinsleven (welzijn).
Jeugd
Niet
alleen onderwijs is betrokken bij het oplossen van problemen.
Meerdere partijen worden gebruikt om een aantal andere
doelstellingen te bereiken als veiligheid, je kunnen ontwikkelen en
elkaar kunnen ontmoeten, alsmede een stuk jeugdhulpverlening.
Ook hier
zijn voldoende kaders in de diverse nota’s, maar toch blijft de
vraag centraal staan in hoeverre de diverse instellingen de gegevens
met elkaar uitwisselen. Vaak lijkt de zelfstandigheid van de
instantie (bewaken “eigen” gegevens) vóór de cliënt te gaan.
Hulpverlening:
Door de
modernisering van de AWBZ kunnen er bijvoorbeeld kinderen met lichte
lichamelijke of psychosociale beperkingen van hulp verstoken
blijven. Ook kinderen met problemen in de opvoeding moeten nog een
beroep op hulpverlening kunnen doen.
De stap
van het oprichten van een Centrum voor Jeugd en Gezin en de
ontwikkeling van zorgnetwerken is dan ook een logisch vervolg op de
intentie om beter adequate hulp te kunnen inzetten.
Wij
streven naar blijvende aandacht voor het kritisch volgen van
instellingen en subsidiestromen en het in stand houden van de
mogelijkheden om hulverlening op elkaar af te stemmen.
Jeugd en
jongerenwerk:
Bij de
ontmoeting en ontwikkelingsfunctie is de huidige aanpak van het
jeugd en jongerenwerk toe aan een vervolg met als ijkpunt het nieuwe
jongerencentrum. Het negatieve feestimago moet worden omgezet naar
een positief imago. De ontmoetingsfunctie voor jongeren uit heel
Leerdam en ook de mogelijkheid om cursussen te volgen is een
verbetering.
Het
netwerk dient naar onze mening ook te worden ingezet in het kader
van veiligheid.
De
planning en realisering van doelen op korte en lange termijn moet
beter worden beschreven en ook meer kunnen worden gecontroleerd.
Speelruimte:
Nieuwe
aandacht voor het speelruimtebeleid vinden wij noodzakelijk, waarbij
het niet eens zo gaat om het veranderen van het beleid, maar meer de
inbreng van de door ons genoemde wijkgerichte aanpak uit de verf te
laten komen. Men moet de mogelijkheid krijgen meer zelf te gaan doen
(dus ook de jeugd). Kennis van de samenstelling van de buurt en
afstemming op de mogelijkheden van de diverse leeftijden en type
inrichting van speelruimte is ruim voorhanden. Dit alles uiteraard
met inachtneming van de wettelijke eisen.
Onze
voorkeur gaat dan ook naar het handhaven van de kleinschalige aanpak
en verstrekken van middelen aan de buurt om ze te blijven betrekken
in een stuk beleving van welbevinden.
Dit dient
natuurlijk gekoppeld te worden aan de structuur die we op het oog
hebben met nieuw wijkgericht werken (duidelijkheid over taken en
bevoegdheden).
Sport
Sport kan
uit verschillende invalshoeken benaderd worden: recreatie,
competitie, gezondheid, verenigingsleven, individueel en hobby.
Kortom, het gaat om het bewegen in welke vorm dan ook. Het koersbal
is voor een senior net zo belangrijk als welke balsport dan ook voor
de jongere.
Het gaat
nu om de rol van de gemeente, die bestaat uit hulp om bewegen
mogelijk te maken. Soms gebeurt dat uit beschikbaar stellen van
subsidies voor een bijdrage in exploitatie of een
stimuleringsbijdrage, maar ook uit het verhuren van accommodatie.
De vraag
voor L 2000 is of de nu ingeslagen weg voor het gemeentelijk
handelen rond de binnen en buitensport voldoende ruimte biedt om als
toekomstbestendig te worden aangemerkt.
Binnensport:
De
binnensportaccommodaties zijn geprivatiseerd. Jaarlijks wordt een
exploitatiebijdrage betaald aan de exploitant zodat het gebruik
betaalbaar blijft voor de gebruikers.
Is dit
voldoende? Dit is een discussie die naar onze mening weer eens
bekeken dient te worden, gelet op de economische ontwikkelingen. Als
voorbeeld noemen we LZ & PC De Linge, die meer dan ooit moeite heeft
om de eindjes aan elkaar te knopen.
Buitensport:
Het
vastgestelde beleid rond buitensportaccommodaties is problematisch.
Er is namelijk geen geld voor de aankoop van gronden van
verenigingen en er moet ruimte gezocht worden voor de uitvoering van
de regeling voor investeringskosten. Ook de verantwoordelijkheid
voor de verenigingen voor de bouw van kleedaccommodaties is op zijn
mist discutabel.
Het al
dan niet in eigendom zijn van velden blijft een zorgelijk punt gelet
op de financiële vooruitzichten.
Meer dan
ooit moet er aandacht zijn voor het volgen van een
meerjarenplanning.
Ook
mensen met een beperking moeten de mogelijkheid krijgen om hun
favoriete sport te kunnen beoefenen. Sportverenigingen kunnen
hierbij, vanuit het WMO budget, financieel worden ondersteund.
Zorg
De AWBZ
is in 1968 ingevoerd om mensen te verzekeren tegen zware
geneeskundige risico’s zoals de kosten van langdurige “intramurale”
zorg in een verpleeghuis of een gehandicapteninstelling.
Door het
uit de voegen groeien van de verplichte volksverzekering is er nu
sprake van een modernisering om terug te keren naar het
oorspronkelijke uitgangspunt: het verzekeren van mensen met ernstige
beperkingen die langdurige zorg nodig hebben.
Voor de
lichtere zorg is er een nieuwe regeling de Wet Maatschappelijke
Ondersteuning (WMO) met een groeiende rol van de gemeente. Mensen
kunnen met gebruikmaking van de beschikbare middelen zo lang
mogelijk zelfstandig wonen en werken.
De eerste
verkenningen laten zien dat we met de huidige aanpak een goede start
hebben gemaakt en instellingen goed inspelen op vraag en aanbod.
Gespecialiseerde verzorging en bereikbaarheidsdiensten zijn een
voorbeeld hiervan. Nieuwbouw Lingesteyn, Emmahuis en Ter Leede geven
een trend aan. Ook het WMO-loket in het stadskantoor bewijst goede
diensten.
De
mogelijkheid van een WMO-loket op locatie (dorpskernen) voor enkele
dagdelen per maand moet worden onderzocht.
Het is
zaak dat de verschillende betrokkenen (waaronder de klanten zelf)
voldoende gegevens kunnen aanleveren om zo goed mogelijk in te
spelen op de behoefte. Het stempel van bezuiniging dient niet hierop
te drukken.
Knelpunten moeten tijdig aan de orde worden gesteld en overleg met
instellingen, organisaties en belangenbehartigers moeten we
afstemmen op klantvriendelijke oplossingen.
Kortom de
gemeente wordt een belangrijke speler op de markt en zal zich als
zodanig moeten gaan ontwikkelen.
Niet
vergeten moet worden dat blijvende aandacht voor de rol van de
vrijwilliger en/of mantelzorger noodzakelijk is. De WMO biedt het
platform hiervoor. Bestaande netwerken en nieuwe initiatieven op het
gebied van de zorg moeten een plaats krijgen.
Zeker de
mantelzorger zou op meer ondersteuning moeten kunnen rekenen. De
hoeveelheid regels waar men mee te maken krijgt moet drastisch
worden beperkt.
Veiligheid
De
organisatie van de veiligheidsregio ZHZ regelt de samenwerking
tussen politie, brandweer en ambulancevoorziening. Gemeenten,
waterschappen en regionale milieudienst hebben ook een rol hierin.
Het
oprichten van de veiligheidsregio was vooruitlopend op de nieuwe
regeling zoals het rijk die ziet. In het verlengde daarvan blijft
bij L 2000 nog de vraag of de huidige regio voldoende bestendig is
tegen de druk van de schaalvergroting elders.
Veiligheidsgevoel is iets wat de burger in de praktijk moet ervaren.
Hulp van statistieken is weliswaar nodig om knelpunten te kunnen
analyseren, maar inbreng van de burger blijf nodig.
Aanrijtijden verbeteren, meer blauw op straat zou kunnen, maar er is
een limiet. Waar staan we nu?
Controle
op de uitgaven van de regeling moet beter worden geregeld (snellere
melding van knelpunten en overschrijdingen).
Door te
handhaven staat je beleid. Een eigen BOA team is dan ook
noodzakelijk. Met name op de punten van overlast door fietsers op de
plaatsen waar niet gefietst mag worden. Verder is er ook de aanpak
van het hondenpoepbeleid, huisvuil, zwerfvuil en precario goed
uitvoerbaar. Maar ook de (te royale) uitstalling van winkels en het
foutparkeren van fietsen, waardoor iemand die afhankelijk van
rolstoel of rollater een winkel niet meer bereiken, moet worden
aangepakt. De kosten kunnen door een eigen team worden
terugverdiend.
Laten we
er vooral op letten dat we de voorzieningen die we nu hebben
behouden en geen technische uithoek van de provincie worden (dus een
goede brandweerkazerne en politiepost behouden in Leerdam).
Het
gevoel van onveilige situaties en overlast moet worden weggenomen.
De buurtpatrouilles is Noord hebben bewezen te werken en moeten dan
ook over heel Leerdam worden ingezet.
Regionale
samenwerking
Het
samenwerken van een aantal regelingen en het overhevelen van
bevoegdheden is al langer aan de gang. Voorbeelden hiervan zijn de
RSD en de WSW.
Het
oprichten van de regio Alblasserwaard & Vijfheerenlanden is een
verdere stap op het gebied van bestuurlijke samenwerking.
Dan is er
een verdergaande samenwerking op onderdelen ontstaan met de
gemeenten Zederik en Giessenlanden, in het kader van
schaalvoordelen.
Daartussendoor duikt de discussie op over de provinciale druk van
een gemeentelijke herindeling, met als argument dat grotere
gemeenten beter kunnen inspelen op veranderende omstandigheden en
meer op hun taken zijn uitgerust.
Hoe ver
kan een ambtelijke organisatie worden uitgekleed om nog te kunnen
spreken over een volwaardig functionerend geheel.
Daar zijn
veel discussies over te voeren. Maar het is heel goed om de vraag te
stellen hoe een bezetting van een Stadskantoor er uit zou kunnen
zien als er sprake is van het elders onderbrengen van meer taken dan
waarover nu wordt gesproken.
Het is
voor een burger belangrijk dat men wel voor uitvoerende zaken als
burgerzaken en wmo terecht kan in de eigen gemeente.
Het
principe van de kosten en de baten van regelingen voor de burger,
dient onverkort te worden gehandhaafd. Duidelijkheid voor de burger
is noodzaak.
Ook de
aansturing van regelingen moet meer onder de aandacht komen. Het
gevoel van “de ver van mijn bed show“ moet beter worden onderkend.
Voor
Leerdam 2000 blijft nog altijd de slagzin van toepassing:
“Locaal
doen wat locaal kan, regionaal doen wat regionaal moet”
Samenvatting actiepunten
Nieuw
realisme:
- opnieuw en kritisch bekijken op de haalbaarheid van
opgenomen wensen in voorjaarsnota 2009
- voortdurend actualiseren van het meerjarenbeleid
financiën
Burgerparticipatie:
- beter inschakelen van wijk en buurt door nieuw systeem
wijkgericht werken
- op basis van wijkgericht werken programma voor korte en
langere termijn ontwikkelen
- draagkracht onderzoeken naar de mogelijkheden van een
raadsprogramma
- verbeteren van mogelijkheden om ambtenaren en politiek
aan tafel te krijgen over informatie, advisering en
meebepalen/meebeslissen
Bouwen en
wonen:
- nieuw onderzoek naar de mogelijkheden realiseren
bouwprojecten (nieuw en herstructurering) en het plaatsen daarvan in
een tijdpad
- beter benutten van stimuleringsregeling voor het kopen
van woningen (koopsubsidie e.d.)
- duurzaam bouwen op projectbasis mogelijk maken
- sneller in beeld brengen van druk op huur/koopwoningen en
gevolgen voor doelgroepen als starters en senioren
- verder ontwikkelen van samenwerking met marktpartijen als
(project)makelaars en woningbouwcorporatie(s)
- mogelijkheden onderzoeken van afwijkende grondprijzen
(sociale doelen)
Beheerszaken:
- de factor veiligheid bij de afweging voor onderhoud wegen
blijven hanteren, maar met een nadere invulling van prioriteiten
voor fietsers en voetgangers
- naar voren halen van de realisering van een milieustraat
in Leerdam
- de mogelijkheden van de wijze van vuil ophalen bij
nieuwbouwprojecten bekijken
Economie,
cultuur en toerisme:
- afronden van de invulling bedrijventerrein en
revitalisering
- intensiveren van overleg met BKL en Kamer van Koophandel
ondermeer over aantrekken van werknemers
- in samenwerking met stadsmanagement bekijken in hoeverre
vestiging van ondernemers wenselijk is
- bekijken van mogelijkheden van faciliteiten verlenen voor
initiatieven als Stichting Stadsherstel
- vereenvoudiging van regelgeving
- zichtbaar maken van de historische collectie
- routering culturele attracties aantrekkelijk maken
- samenwerking op gang brengen van organisaties als
Stichting Go en Toon
- gemeentelijke informatie en adviesvoorziening combineren
met de werkzaamheden van de bibliotheek
Verkeer:
- extra inspanning voor duidelijkheid bij
oversteekplaatsen, kruisingen en verkeerslichten
- situaties voor verkeersdosering aanpassen
- eerder zichtbaar maken van gewijzigde en/of te wijzigen
verkeerssituaties
- extra aandacht voor gevolgen van bouwmaatregelen
- extra aandacht voor ontsluiting van West West
- afsluiten van monitoring parkeergedrag
Onderwijs:
- inspanning om aantal voortijdige schoolverlaters te
beperken
- intensiveren overleg schoolbestuur Heerenlanden over
maatschappelijke gevolgen van knelpunten
- mogelijkheden van brede scholen onderzoeken in relatie
tot de verwachtingen van aanmeldingsgedrag
- nieuwe aandacht voor achterstandenbeleid
- handhaving niveau voor- en naschoolse opvang
Jeugd:
- kritischer volgen van instellingen en subsidiestromen om
hulpverlening beter op elkaar af te stemmen
- ontmoetingsfunctie van nieuw jeugdcentrum uitbouwen
- netwerkontwikkeling jongerenwerk afstemmen op totale
hulpverlening
- speelruimtebeleid en uitvoering in wijk en buurt
versterken
Sport:
- subsidies in exploitatie voor verenigingen en voor
experimenten ter stimulering toetsen op hun toekomstbestendigheid
- het ontwikkelen van een evenwichtig sportbeleid
- knelpunten van verenigingen op korte termijn aanpakken
Zorg:
- geen bezuinigingsstempel laten drukken op de diverse
uitvoeringen van zorg
- optimaliseren van overlegvormen en benadering klanten
voor het verkrijgen van informatie nodig voor een goede uitvoering
- meer aandacht voor de blijvende rol van de
vrijwilliger/mantelzorger
- vereenvoudiging van regelgeving doorvoeren
Veiligheid:
- rol van de veiligheidsregio parallel laten lopen aan de
ontwikkeling op landelijk niveau
- zorg dragen voor een goede plaatselijke huisvesting van
diensten als brandweer en politie
- het tegen gaan van onveilige situaties en overlast
- het instellen van een eigen BOA team
Regionale
samenwerking:
- kritisch blijven volgen van de ontwikkelingen rond de
bestuurlijke samenwerking met toetsing op waardevermeerdering en het
ter beschikking stellen van middelen
- de meerwaarde voor burgers in beeld brengen
- verder bekijken van de mogelijkheden om de ambtelijke
organisatie samen te laten werken met andere gemeenten op uitvoering
van taken
- behouden van loketfuncties voor uitvoering van
regelingen |